www.kempenflex.nl maakt gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website voor de bezoeker beter werkt. Daarnaast gebruiken wij o.a. cookies voor onze webstatistieken.

Welke soorten arbeidscontracten zijn er allemaal?

Werken in loondienst met vaste uren, op oproepbasis of als freelancer: er zijn tegenwoordig veel manieren om je geld bij elkaar te verdienen. Dit betekent ook dat er allerlei verschillende arbeidscontracten zijn. Arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen licht er vier uit.

In het Nederlandse arbeidsveld zijn contracten op te verdelen in twee groepen, vertelt Van Gelderen. "Je hebt arbeidscontracten en niet-arbeidscontracten. Bij de eerste groep ben je in dienst van een bedrijf. Bij de tweede groep ben je zelfstandig ondernemer oftewel zzp'er."

1. Een vast contract voor onbepaalde tijd
Bij een vast contract voor onbepaalde tijd zit er geen einddatum aan het contract. "Dit betekent dus dat je hier mogelijk jarenlang een vast inkomen uit ontvangt." Van Gelderen legt uit dat de werkgever je met zo'n contract ook moeilijker kan ontslaan. "De werkgever moet bij een vast arbeidscontract een flink dossier opbouwen om te bewijzen dat hij je terecht ontslaat."

2. Een arbeidscontract voor bepaalde tijd
Bij een contract voor bepaalde tijd heb je dezelfde rechten als iemand met een contract voor onbepaalde tijd. Dit betekent dat je bijvoorbeeld verzekerd bent bij bedrijfsongevallen en dat je recht hebt op doorbetaling van je loon als je ziek bent.

Daarnaast heb je recht op minimaal twintig vakantiedagen per jaar als je fulltime werkt. "Het enige verschil is dat dit contract automatisch afloopt op de afgesproken datum. Dit gebeurt in het algemeen na zes of twaalf maanden. Hierna heeft de werkgever het recht om je contract niet te verlengen."

“De overheid wil de werknemer meer zekerheid geven.”
Maarten van Gelderen, arbeidsrechtadvocaat
Een werkgever mag in een periode van drie jaar maximaal drie keer een tijdelijk contract verstrekken . "Hierna moet de werkgever besluiten om je een vast contract voor onbepaalde tijd of helemaal geen contract aan te bieden", zegt Van Gelderen.

Als de werkgever je dan geen vast contract aanbiedt, moet hij minimaal zes maanden wachten voordat hij je weer een reeks tijdelijke contracten mag aanbieden. Sommige werknemers zitten dus met tussenpozen van zes maanden min of meer vast in een reeks tijdelijke contracten, een zogenoemde draaideurconstructie.

Het kabinet heeft plannen om de tussentijd van zes maanden te schrappen en het minder makkelijk te maken om telkens opnieuw tijdelijke contracten te geven. "De overheid wil de werknemer meer zekerheid geven. Zo is het ook de bedoeling dat het oproepcontract afgeschaft wordt. Maar wat daarvoor in de plaats komt, is niet bekend", zegt Van Gelderen.

3. Een oproepcontract
In de eerder genoemde contracten draait de werknemer vaste diensten. Dit geldt niet voor de oproepcontracten. Deze contractvorm bestaat uit het nulurencontract en het min-maxcontract. "In het eerste geval heb je geen uren afgesproken met je werkgever. Je kan dus de ene week zes uur werken en de week erna twaalf uur werken of helemaal niet ingezet worden. Je bent dan vaak afhankelijk van het werkaanbod bij de werkgever."

Bij een min-maxcontract zijn er wel uren afgesproken. "Je werkt dan iedere week bijvoorbeeld minimaal vier uur en maximaal zestien uur." Het is dus een contract met veel flexibiliteit, zodat werknemers het kunnen combineren met school, studie of een andere baan. "Er zitten wel degelijk voordelen aan, maar het kabinet is van plan om een streep te halen door deze contractvormen", zegt Van Gelderen.

Dat komt doordat een oproepcontract werknemers weinig zekerheid biedt. "Als er geen werk is, dan heb je ook geen inkomen bij de nulurencontracten", zegt Van Gelderen. Bij de min-maxcontracten krijg je alleen het minimaal aantal uren uitbetaald. "Ook worden werknemers met oproepcontracten vaak als eersten ontslagen bij economische tegenspoed."

Het kabinet wil volgens Van Gelderen de werkgevers meer sturen naar de vaste contracten. "Scholieren en studenten zouden in de nieuwe situatie nog wel een uitzonderingspositie krijgen, omdat zij juist op zoek zijn naar flexibiliteit."

4. Freelancecontract
Als zzp'er ben je werkzaam op basis van een freelancecontract. Van Gelderen: "Officieel heet dit een overeenkomst van opdracht. Je bent dan geen werknemer, maar een opdrachtnemer. En het bedrijf waarvoor je werkt is niet de werkgever, maar de opdrachtgever."

Dit betekent ook dat je zelf bepaalt welke opdrachten je aanneemt. Van Gelderen: "Je bent heel flexibel. Je kan namelijk zelf bepalen welke klus je aanneemt en wanneer je werkt. Dit gaat een stuk moeilijker bij een arbeidsovereenkomst waar je geacht wordt regelmatig en op vaste tijden te komen werken."

Een ander groot verschil met de eerder genoemde arbeidscontracten is dat een zzp'er zelf verantwoordelijk is voor zijn pensioenopbouw, inkomen tijdens ziekte en verzekeringen. Ook moet je belasting betalen over het bruto-inkomen dat je als zzp'er verdient.

"Bij de arbeidscontracten wordt dit allemaal geregeld door de werkgever. Een deel van je brutosalaris gaat naar de belastingen, je pensioen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Als freelancer ligt de verantwoordelijkheid volledig bij jezelf", benadrukt Van Gelderen. "Je moet dus goed de voor- en nadelen naast elkaar leggen voordat je ervoor kiest om voor jezelf te beginnen."


Bron:https://www.nu.nl/werk/6216716/deze-verschillende-soorten-arbeidscontracten-zijn-er.html


« terug naar overzicht
: Jeanine
: 01 september 2022
: Contracten, Arbeid, Werk